Henry Van Dyke

Henry Van Dyke (1852-1933)

Amerikaans schrijver, geestelijke, diplomaat, dichter
Ontdekker/biograaf van ‘the Other Wise Man’.

Samenvatting: Henry van Dyke was een schrijver, predikant. Hij was zeer populair in de eerste decennia van de 20e eeuw. Bekend door korte verhalen, gedichten en essays. Zijn filosofie van de kunst luidde : “Het hoogste in de beste kunst is altijd moreel van aard, Daarom maakt echte kunst de mensen tegelijk beter en gelukkiger.”

Bekendste vertelling: the Story of the Other Wise Man (1896)
Bekendste gedicht is Time is.. afkomstig uit de bundel Music and other Poems.

Biografie

Henry van Dyke, protestants predikant, schrijver en dichter, werd geboren op 10 november 1852, in Germantown, Pennsylvania. Zijn vader was Henry Jackson, eveneens predikant, en zijn moeder was Henrietta Ashmead van Dyke. Henry van Dyke’s vader hield van de natuur en de visserij. Ook Van Dyke jr. ging er op uit, wandelend langs bospaden, vissend op forel in beken, bergen beklimmend. In een van zijn essays stelt hij de vraag “Wie is eigenaar van de bergen?” Hij antwoord met te zeggen dat degenen die er genoegen in scheppen de echte bezitters zijn. In een van zijn gedichten zegt hij: “Tot U richt ik mij, tot u richt ik mijn gebed, God van de open lucht.” Na het Brooklyn Polytechnic Institute werd hij op 16-jarige leeftijd reeds ingeschreven aan de Universiteit van Princeton. Hij behaalde  zijn Master of Arts in 1876. Daarna ging hij naar Duitsland, waar hij 2 jaar studeerde aan de universiteit van Berlijn. In 1879 keerde hij terug naar Amerika en werd predikant in Newport, Rhode Island. In december 1881 trouwde hij met Ellen Reid. Samen kregen ze negen kinderen. In 1883 werd hij pastor van de Brick Presbyterian Church in New York City. Hij bleef er achttien jaar. Hij kreeg nationale bekendheid en werd in zijn tijd gerekend tot één van de beste predikanten in New York City.

In 1884 publiceerde Van Dyke zijn eerste boek, The Reality of Religion, drie jaar later gevolgd door The Story of the Psalms. Het was het begin van een onafgebroken stroom religieuze publicaties, waarin hij zijn ervaring als pastor, zijn liefde voor literatuur, natuur en godsdienst naar voren gebracht ingebed in een geest van menselijke compassie: The True Presbyterian Doctrine of the Church, 1893; The Bible As It Is, 1893; The Christ Child in Art, 1894 etc…

Een van de populairste verhalen van Dyke is The Story of the Other Wise Man (1896). Het is een parabel over – volgens het voorwoord door Van Dyke ‘ontvangen’ in doorwaakte nachten vanuit het ‘rijk der dromen’. Het expliciteert de diepe verbondenheid tussen naastenliefde en christelijk geloof. Van Dyke introduceert een vierde Magus, Artaban van Ecbatana in Medië, die in tegenstelling tot de bekende drie Wijzen uit het Oosten, zijn bestemming nooit bereikt (en daarom juist toch weer wel…). Hij verkoopt z’n hele bezit om drie kostbare juwelen te kopen voor de nieuw geboren ‘koning der Joden’’wiens geboorte hij uit de sterren heeft afgeleid, op grond van de Zoroastrische religie. Het eerste hoofdstuk schetst uitgebreid de exotische, religieuze (Ahura Mazda, Zoroastrisme) en astrologische achtergrond. Op weg naar de afspraak met zijn 3 collega’s in Babylon, Kaspar Melchior en Balthasar (Van Dyke bouwt het legendarisch materiaal uit), wordt hij opgehouden door een Joodse man die zijn hulp nodig heeft. Hierdoor komt hij te laat en zo begint zijn levenslange pelgrimage. (klik hier voor een samenvattende en duidende navertelling). Als hij in het jaar 33 in Jeruzalem is, sterft hij vlak voor hij de koning der Joden kan begroeten. Inmiddels heeft hij ook met z’n laatste parel een slavin vrijgekocht. In een visioen klinkt de stem van Jezus die zegt dat de geschenken zijn aangekomen omdat ‘wat je voor de minste van de mensen doet, telt alsof je het voor Jezus hebt gedaan’ (Mt. 25) The Story of the other wise man is gepubliceerd in ontelbare edities in de Verenigde Staten en Engeland, de één nog mooier versierd als de andere. Het werd binnen enkele jaren een internationale bestseller. In het Nederlands is het verhaal bekend onder de titel ‘De vierde wijze uit het Oosten’.

Hoewel religieuze zaken een terugkerend thema zijn in de meeste van zijn boeken, schreef Van Dyke ook een boek over Tennyson (The Poetry of Tennyson (1889). Hiermee vestigde hij ook wetenschappelijk zijn naam en werd een bekende figuur in de literaire wereld van zijn dagen.

Collecties van korte verhalen verschenen in : The Ruling Passion, 1901; The Blue Flower, 1902; Music and Other Poems, 1904; The Unknown Quantity, 1912.

Ook verhalen over het leven in de natuur genoten redelijke bekendheid: Little Rivers, 1895; Fisherman’s Luck, 1899; en Outdoors in the Holy Land, 1908.

In 1900 werd hij de Murray professor voor Engelse literatuur aan de Universiteit van Princeton. Net zoals de literatuur een onlosmakelijk onderdeel was van zijn preken, vervlocht hij ook morele overwegingen in zijn literatuur onderwijs. In zijn boek The Poetry of Psalms (1900) besprak hij de Bijbel als “een nobel en gepassioneerde interpretatie van de natuur en het leven, gevat in een taal vol van schoonheid en verhevenheid, treffend door de levendige schets van de menselijke persoonlijkheid, gevat in vormen van blijvende literaire kunst.” In 1908 werd Van Dyke gastdocent aan de Universiteit van Parijs. Zijn vaardigheden als geleerde en pedagoog maakten van hem een zeer geschikte ambassadeur van Amerika in Europa. In 1913, benoemde president Woodrow Wilson, vriend en voormalig klasgenoot van Van Dyke, hem tot ‘Minister to the Netherlands and Luxembourg’, een diplomatieke titel vergelijkbaar met ambassadeur of gezant.

Wereldoorlog I

Kort na zijn benoeming brak de Eerste Wereldoorlog uit. Talloze Amerikaanse ingezetenen, van toeristen tot residentiëlen, wilden weg uit Europa en zeker uit de oorlogsgebieden. Vaak kwamen ze in Holland terecht als toevluchtsoord. Hoewel hij geen ervaring had als ambassadeur, ontpopte van Dyke zich als tot bekwaam diplomaat, die de rechten van alle Amerikaanse vluchtelingen in Europa verdedigde en en de organisatie van de opvang en de repatriïering mede op poten zetten. Als nederlandse evenknie van Brand Whitlock in Brussel was hij ook van meet aan betrokken bij het initiatief van Hoover Belgian Relief Fund. Begin 1917 bood hij zijn ontslag aan en keerde via Engeland en Frankrijk terug naar de Verenigde Staten. Zijn boek Fighting for Peace uit datzelfde jaar bevat het relaas van zijn ervaringen – als bevoorrecht getuige – aan die periode. In de laatste hoofdstukken zet hij zijn visie op vrede uiteen. Na terugkeerd werd hij kapelaan bij de US Naval Reserve, diende als luitenant ter zee, en schreef een inleiding voor Navy Chaplain’s Manual (1918). In 1919 hervatte Van Dyke zijn ambt als lector in Princeton. Een bundeling van verhalen en gedichten uit de oorlog zijn te vinden in The Valley of Visions (1919). Na zijn pensionering (1923) ontpopte hij zich als tegenstander zich tegen het modernisme in de kunst, m.n. tegen de opvatting van ‘kunst om de kunst’. Van Dyke geloofde dat kunst de mens moest dienen. Op 10 april 1933, stierf hij in zijn huis in Princeton, New Jersey.

Werken (selectie)

  • The Reality of Religion. New York: Scribners, 1884.
  • The Story of the Psalms. New York: Scribners, 1887.
  • The Gospel of an Age of Doubt. New York: Macmillan, 1896.
  • The story of the Other Wise man. New York, Harper & Brothers, 1896
  • The First Christmas Tree. New York: Scribners, 1897.
  • The Friendly Year. New York: Scribners, 1900.
  • The Ruling Passion. New York: Scribners, 1901.
  • The Blue Flower. New York: Scribners, 1902.
  • Music and Other Poems. New York: Scribners, 1904.
  • Days Off, and Other Digressions. New York: Scribners, 1907.
  • Fighting for Peace. New York: Scribners, 1917.
  • The Valley of Visions. New York, Scribners, 1919
  • Half Told Tales. New York: Scribners, 1925.
  • The Man Behind the Book: Essays in Understanding. New York: Scribners, 1929.
  • Gratitude. New York: Dutton, 1930

 Bronnen

copyright, Dick Wursten – Driekoningen 2015